Home Nieuws Buitenland Hoe een juf in een Chinees martelkamp belandde (en naar hier ontsnapte)

Hoe een juf in een Chinees martelkamp belandde (en naar hier ontsnapte)

De 51-jarige Qelbinur Sedik is een van de ooggetuigen van de gruwelen in de Chinese martelkampen. Ze vertelt haar verhaal aan NU.nl.

Hoe een juf in een Chinees martelkamp belandde (en naar hier ontsnapte)
Hoe een juf in een Chinees martelkamp belandde (en naar hier ontsnapte)

Elke nacht schrikt Qelbinur Sedik wakker. “Ik zie de mensen in de kampen voor me, die me vragen: Denk je aan ons? Vergeet je ons niet? Laat de wereld weten dat we er zijn.”

In oktober 2019 kwam Sedik uitgeput in Nederland aan, na een maandenlange strijd met de autoriteiten om China uit te komen. Ze had last van bloedingen na een gedwongen sterilisatie en onderging in Nederland een medische behandeling.

Nu, na bijna twee jaar, is ze weer aangesterkt. Bijna vier uur praat ze over wat ze gezien heeft, af en toe onderbroken door huilbuien.

Wat gebeurt er in het Chinese Xinjiang?

  • De overwegend islamitische Oeigoerse bevolkingsgroep heeft al decennia te maken met discriminatie en onderdrukking door Peking.
  • In 2009 breken er rellen uit in provinciehoofdstad Ürümqi, in 2014 plegen zelfmoordterroristen een bomaanslag en een paar weken later steken militanten in op reizigers op een treinstation.
  • De incidenten worden door de Chinese overheid als excuus aangegrepen om van de Oeigoerse regio een politiestaat te maken.
  • Uit documenten blijkt dat de Chinese communistische partij een gedetailleerd plan uitwerkte om de Oeigoerse bevolkingsgroep in Xinjiang te dwingen loyaal te zijn aan de partij en elke neiging tot separatisme te onderdrukken.

Wie is Qelbinur Sedik?

Sedik komt uit een gezin met Oezbeekse wortels. In de jaren zestig en zeventig werden ze als verdacht beschouwd in het China van Mao, omdat het gezin een tijdje in Oezbekistan had gewoond. Ze werden als verraders van het volk gezien. Haar vader en moeder raadden Sedik aan Mandarijn te gaan studeren, in de hoop haar een beter leven te geven.

Sedik woonde met haar echtgenoot in de provinciehoofdstad Ürümqi. Sedik is een ervaren juf: sinds 1990 gaf ze les op een basisschool. Hun dochter Dilfuze studeerde in Nederland. Na de rellen besloten Sedik en haar man dat hun dochter beter af was als ze in het buitenland zou gaan studeren. Veel jonge Oeigoeren vertrokken in die tijd.

Al haar hele leven worden mensen als Sedik in China achtergesteld en gediscrimineerd vanwege hun geloof en hun etniciteit. Maar na de zomervakantie van 2016 verslechterde de situatie in snel tempo. Zo snel dat ze nauwelijks begreep wat er gebeurde.

Collega’s met een Han-Chinese achtergrond (de etnische meerderheid in China) waren niet langer gelijken: ze konden binnenlopen en meekijken tijdens de les. “Als je ook maar iets zei wat ze niet beviel, kon je worden ontslagen”, zegt Sedik. Collega’s van haar werden teruggestuurd naar hun dorpen of moesten – een vernedering – gaan werken als bewaker van scholen elders in de provincie.

Leven in een politiestaat

Niet alleen het leven op school, maar het hele leven veranderde. In doorgaande straten werden muren gemetseld, zodat je als bewoner gedwongen werd langs controleposten te lopen, waar vingerafdrukken en ID-kaarten werden gecontroleerd. Ook kwamen er gezichtsherkenningspunten.

Dag en nacht kwamen wijkfunctionarissen kijken of er Oeigoerse boeken of korans lagen. “We zagen hoe mensen werden gearresteerd en met kappen op hun hoofd werden afgevoerd”, zegt Sedik. “Overal stonden pantserwagens, het leek alsof we in oorlogsgebied leefden.”

In de loop van 2017 werden in de buurt waar Sedik woonde naar haar schatting vierhonderd mensen opgepakt. Alleen al in haar appartementengebouw werden tien van de veertien families gearresteerd. In hun plaats kwamen er Han-Chinezen wonen.

Markten en winkels waar veel Oeigoeren kwamen gingen dicht. Winkeliers werden gedwongen hun tweetalige uithangborden te vervangen door borden met louter Chinese teksten. En op elke straathoek werden camera’s opgehangen. Met haar echtgenoot sprak Sedik aanvankelijk wel over de veranderingen in de stad, maar al snel niet meer. “Hij was bang om over dit soort dingen te praten, hij dacht dat we zouden worden afgeluisterd.”

Op 28 februari 2017, na de wintervakantie, kreeg Sedik te horen dat ze vanwege haar goede gedrag was gekozen voor een speciale opdracht: lesgeven op zogenaamde “scholen voor beroepsopleiding”. Ze moest een geheimhoudingsverklaring ondertekenen. Ook werd haar te verstaan gegeven dat ze wisten dat haar dochter in Nederland een opleiding volgde. “Ze beweerden dat ze goede contacten hadden met de Nederlandse overheid en haar elk moment terug konden halen.”

Satellietfoto van het heropvoedingskamp waar Qelbinur Sedik als eerste werkte, niet ver buiten de hoofdstad Ürümqi.
Satellietfoto van het heropvoedingskamp waar Qelbinur Sedik als eerste werkte, niet ver buiten de hoofdstad Ürümqi.

Naar het kamp

Een dag later bracht een politieman haar in zijn auto naar een vier verdiepingen hoog gebouw buiten de stad, met daaromheen hoge muren met aan de bovenkant hoogspanningsdraad. Ze moest door verschillende poorten, overal stonden gewapende politiemannen en militairen.

Sedik kwam terecht in een grote kantoorruimte die was omgebouwd tot leslokaal. Op de gang waren kleinere ruimtes – acht aan elke kant – die dienden als cellen. De ramen waren bedekt met golfplaten, waardoor het er donker was. Op de muren in de gangen stonden teksten als ‘Weersta extremistische religieuze krachten, verzet je tegen religieuze infiltratie’. En ook: ‘Leer de nationale taal! Ontwikkel de nationale taal!’

De bewakers schreeuwden dat de gevangenen – mannen en een enkele vrouw – naar de les moesten. Ze kwamen binnengemarcheerd, waarbij hun handen en voeten geboeid waren. Ze moesten plaatsnemen op kleine krukjes, bureaus ontbraken. Achter in de klas stonden gewapende militairen.

Sedik zag vooral oudere mannen, het leken haar docenten van moskeescholen. Toen ze hen begroette met “Salam aleikum”, zeiden de mannen niets terug en keken ze naar de grond. “Wat zeg je nou?”, zei een van de verpleegkundigen die vooraan in de klas zaten. Terwijl Sedik op het bord schreef dat ze de ‘nationale taal’ ging onderwijzen, hoorde ze achter zich snikkende geluiden. Ze durfde zich nauwelijks om te draaien. “Die eerste dag in het concentratiekamp was de moeilijkste van mijn leven”, zegt ze. “Ik kon geen emotie laten zien, als ik sympathie zou tonen voor de gevangenen, zouden ze me zelf afvoeren naar een kamp.”

Trieste ogen

De eerste dagen hadden de gevangenen hun eigen kleren nog aan, maar na twee weken verschenen ze in een grijs gevangenisuniform en een oranje vest, met daarop een nummer. Vanaf dat moment werden de gevangenen aangesproken met hun nummer.

Haren en baarden waren afgeschoren. Bij de cellen werden op minder dan een meter hoogte kettingen bevestigd die de metalen deur verbonden met de muur, waardoor die deur maar op een kiertje open kon. “Gevangenen moesten als honden onder de ketting door. Als ze de klas binnenkwamen, keken ze me zwijgend en met trieste ogen aan. Ze hoopten dat ik ze kon helpen, maar ik was machteloos.”

“Dit is voor de gevangenen. Je wordt ziek als je ervan drinkt.”

Aanvankelijk zaten er tien mannen in een cel en zeven vrouwen in een aparte ruimte. Maar vanaf april 2017 kwamen er grote hoeveelheden nieuwe gevangenen bij en zaten er soms wel vijftig of zestig mannen in een cel. Ze sliepen op een koude cementen vloer, met slechts een dunne deken om op te slapen. Naar Sediks inschatting waren er vanaf dat moment zeven- of achtduizend gevangenen.

Van de eerste groep leerde Sedik de gezichten kennen, omdat ze ze zeven dagen per week zeven uur per dag lesgaf. Enkelen van hen overleden meteen in die eerste weken. Ze zag hoe de gevangenen aftakelden. “Als ze net binnenkwamen, waren ze in goede gezondheid, maar ik zag ze wegkwijnen. Sommigen verloren zelfs het vermogen om te lopen.”

Toen Sedik een keer een glas warm water wilde pakken uit een groot vat om thee te maken, kwam een van de koks toegesneld om te zeggen dat ze dat niet moest drinken. “Dit is voor de gevangenen. Je wordt ziek als je ervan drinkt.”

Martelingen in het kamp

Het klaslokaal was gesitueerd op de begane grond van het gebouw. In de onderliggende kelders waren de verhoorkamers waar werd gemarteld. “We hoorden het gegil heel duidelijk”, zegt Sedik. “Agenten kwamen in de klas, schreeuwden een nummer, en dan moest een van de gevangenen mee. Even later hoorden we die persoon schreeuwen. Degene die was weggevoerd kwam dagen, soms weken niet terug in de klas.”

Aan een Oeigoerse bewaker met wie Sedik een soort van vertrouwensband opbouwde, vroeg ze wat er in de kelders gebeurde. Hij vertelde over het toedienen van elektrische schokken, seksuele vernedering en naalden die onder nagels werden gestoken. De martelingen lieten hun sporen na, aldus Sedik. “Gevangenen moesten hun benen of handen laten amputeren, of raakten verlamd.”

Van links naar rechts: Qelbinur Sedik, een Han-Chinees die bij haar thuis sliep, een collega en haar man.
Van links naar rechts: Qelbinur Sedik, een Han-Chinees die bij haar thuis sliep, een collega en haar man. Foto: Qelbinur Sedik

Een opdringerige Han-Chinees in onderbroek

De autoriteiten in de Oeigoerse regio bouwden niet alleen kampen, maar dwongen de bevolking ook om Han-Chinezen die ze verder nauwelijks kenden in hun huizen toe te laten. Het was al jaren gebruik dat met name Oeigoeren en andere minderheden een “vriendschapsband” moesten starten met een Han-Chinees, om zo de nationale eenheid te bevorderen. Dat bleef dan vaak bij beleefdheidsbezoekjes. Maar vanaf nu dienden Han-Chinezen ook bij de Oeigoerse gezinnen te slapen.

Bij Sedik kwam vanaf dat moment een collega van haar man over de vloer – “een vulgaire Han-Chinees” – aanvankelijk een week per drie maanden, maar al snel elke maand. Voor zijn bezoeken kreeg hij betaald door de overheid. De eerste keer nam hij zijn vrouw mee, daarna kwam hij alleen. De man wilde alles weten: hoe Sedik en haar echtgenoot dachten over het geloof, over de communistische partij en de regering in Peking.

Al snel drong hij zich ook op aan Sedik en ging hij onbeschaamd in zijn onderbroek in de woonkamer zitten. “Hij impliceerde dat ik ook bereid zou moeten zijn tot het verrichten van seksuele handelingen, maar ik deed of ik hem niet begreep”, zegt Sedik. De man gaf complimenten over haar uiterlijk, greep haar vast en raakte haar gezicht aan, zelfs als haar man erbij was. Hij stond erop dat ze voor of met hem danste en soms wilde hij dat ze in zijn kamer sliep. Sedik: “Als mijn man niet aanwezig was, was hij buitensporig handtastelijk, maar door zijn avances zachtjes af te wijzen, wist ik afstand te houden.”

Naar het vrouwenkamp

Vanaf september 2017 moest Sedik lesgeven in een vrouwenkamp, een gebouw midden in de stad. Dit keer moest ze lesgeven in een kooi voor in het klaslokaal, die haar blijkbaar moest beschermen tegen de gevangenen.

De vrouwen hadden ook hier een gevangenisuniform aan en droegen nummers. Alle vrouwen waren kaalgeschoren. Onder hen waren veel studenten die in het buitenland studeerden en waren opgepakt tijdens familiebezoek. Sedik moest aan haar eigen dochter denken, die in Nederland studeerde. “Ik besloot zelfmoord te plegen als ze haar zouden dwingen terug te keren”, zegt ze.

“De geluiden die uit die cellen kwamen, hoor ik nog tot op de dag van vandaag.”

Qelbinur Sedik

Ook hier waren de cellen klein, met daarin zo’n vijftig tot zestig gevangenen die om beurten moesten slapen. Een toilet was er niet, alleen een emmer, die één keer per dag werd geleegd. Overal hingen camera’s, ook in de cellen, privacy bestond niet. Het personeel bestond uit louter mannen.

Massale verkrachtingen

Sedik sprak met een politieagente die onderzoek deed naar verkrachtingen in het kamp; daarover gingen in Ürümqi hardnekkige geruchten rond. Zij en de agente waren de enige werknemers in het kamp die niet Han-Chinees waren. Sedik: “De vrouw vertelde me dat de leidinggevenden dagelijks vier of vijf meisjes binnenbrachten voor groepsverkrachtingen. Soms stopten ze elektronische knuppels in hun geslachtsdelen.”

“De geluiden die uit die cellen kwamen, hoor ik nog tot op de dag van vandaag”, vertelt Sedik. “Het hartverscheurende gehuil, het ondraaglijke geschreeuw tijdens martelingen en het vreselijke gejammer draag ik altijd bij me. Het leek alsof de vrouwen robotten waren, het waren wandelende doden.” Ze zag met eigen ogen hoe een vrouw dood uit haar cel werd gedragen, ze zou slecht hebben gereageerd op de gedwongen anticonceptie die haar was toegediend en hevige bloedingen hebben gehad.

Op dit bord wordt de bevolking ertoe opgeroepen zich te laten steriliseren.
Op dit bord wordt de bevolking ertoe opgeroepen zich te laten steriliseren. Foto: Qelbinur Sedik

Oproep om naar de vrouwenkliniek te komen

In het voorjaar van 2017 kreeg Sedik net als alle achttien- tot vijftigjarige Oeigoerse vrouwen een oproep om zich te melden bij een vrouwenkliniek, waar ze verplicht een spiraaltje moest laten zetten. Dat ze al bijna vijftig was, al een dochter van in de twintig had en niet van plan was nog kinderen te krijgen – het hielp allemaal niet.

Toen Sedik in de zomer van 2017 vroeg in de ochtend tegen haar zin naar de kliniek ging, zaten daar al honderden vrouwen te wachten. Veel van de vrouwen, die Sedik inschatte als ongetrouwde studentes, waren in tranen. Sedik wachtte vier uur op haar beurt. In een kelder moest ze plaatsnemen op een bed, waarna een vrouwelijke Han-Chinese arts tijdens een veertig minuten durende behandeling het spiraaltje inbracht.

Thuisgekomen kreeg Sedik hevige bloedingen en krampen, die twee weken lang aanhielden. Ze zocht hulp bij wat ze omschrijft als “een volksarts” die het spiraaltje illegaal verwijderde. In 2018 werd ze opnieuw gedwongen een spiraaltje te nemen, dat na een week weer werd verwijderd. Vervolgens werd ze in 2019 gesteriliseerd. “Ik voel me vernederd, beschaamd en lichamelijk gehandicapt.”

Ondanks het feit dat ze last had van de bloedingen, bleef Sedik naar het vrouwenkamp gaan. Maar het ging van kwaad tot erger, ze viel flauw en ging naar het ziekenhuis. Van enige compassie was geen sprake. De directeur van haar school kwam op orders van de kampleiding kijken hoe het met haar was. Pas toen werd vastgesteld dat Sedik echt niet meer kon komen, werd ze ontslagen van haar taken.

“Toen ik me weer wat beter voelde, dacht ik weer op school aan de slag te kunnen.” Maar daar kreeg ze te horen dat ze niet meer hoefde terug te komen: tegen haar wil werd Sedik met pensioen gestuurd.

Naar Nederland

Vanaf dat moment had Sedik nog maar een doel voor ogen: vluchten naar Nederland. Haar dochter Dilfuze Ahmet wilde gaan trouwen en nodigde Sedik en haar man uit voor de trouwerij. Van de autoriteiten kreeg ze te horen dat haar man, die staat geregistreerd als Oeigoer, geen enkele kans maakte. Maar doordat zij als Oezbeek geregistreerd staat, zou dat voor haar anders kunnen liggen. Sedik liep overheidskantoren plat en slaagde er door haar vasthoudendheid in toestemming te krijgen om naar Nederland te reizen.

Haar man bracht haar naar het vliegveld in Ürümqi, waar ze op 15 september 2019 een binnenlandse vlucht naar Peking nam. De autoriteiten hadden haar opgedragen verder aan niemand te vertellen dat ze naar het buitenland ging, en dus verdween ze als een dief in de nacht. Het was de laatste keer dat ze haar man in levenden lijve zag.

“Realiseer je dat al je familie hier bij ons is. Denk hier goed over na.”

De eerste maanden in Nederland zag Sedik alleen haar dochter. Ze woonde in een asielzoekerscentrum. Sedik had nog steeds last van bloedingen en moest zich medisch laten behandelen. “Steeds weer kwamen de beelden van de concentratiekampen terug. Ik was erg depressief, ik wilde met niemand praten, ik was altijd aan het huilen, ik wilde nergens heen.”

Als ze Oeigoeren in Nederland sprak, merkte ze dat ze niet wilden geloven welke ramp zich in hun thuisland voltrok. Ze wilde daarom naar buiten met haar verhaal, maar haar dochter praatte op haar in. Ze moest rust nemen, fysiek aansterken. Vanaf de herfst van 2020 vertelde ze in de internationale media alsnog over haar ervaringen in de kampen.

Qelbinur Sedik maakte een screenshot van de agent die haar vanuit China belde.
Qelbinur Sedik maakte een screenshot van de agent die haar vanuit China belde.

‘Dit land zal je met open armen ontvangen’

De gevolgen in China lieten niet op zich wachten. Haar man vertelde dat hij bezoek kreeg van overheidsfunctionarissen die hem dwongen een video op te nemen waarin hij alle verhalen van Sedik tegenspreekt. De film is nog niet online verschenen. Inmiddels heeft hij zich van Sedik laten scheiden en alle banden verbroken. Ook van de rest van de familie heeft ze niets meer gehoord. Een van haar broers, een politieman, zou zijn gearresteerd en zijn gemarteld tijdens urenlange verhoren.

In februari van dit jaar ging de mobiele telefoon van Sedik over. Op het scherm zag ze dat het haar zuster was. Het was de eerste keer in lange tijd dat ze iets van een familielid hoorde. Toen Sedik opnam, bleek dat haar zus op een politiebureau zat, naast een agent. Hij voerde het gesprek en zei: “Realiseer je dat al je familie hier bij ons is. Denk hier goed over na.”

De agent vroeg haar met wie ze omgaat in Nederland. Haar zus schreeuwde dat ze moest ophouden met het vertellen van onwaarheden. “Hou je mond”, riep de zus. “Hou vanaf nu je mond!” Sedik maakte een screenshot van de agent. Hij hoorde het geklik van de foto, en trok snel zijn uniformjasje uit. Sedik moest zich bij de Chinese ambassade in Den Haag melden, zei de agent. Daar konden ze een veilige terugreis naar huis organiseren. “Dit land zal je met open armen ontvangen”, waren zijn woorden.

Maar Qelbinur Sedik gaat niet meer terug naar China.

Ambassade spreekt van ‘acteurs’

De Chinese ambassade in Nederland verzet zich in een verklaring die op 18 april is uitgegeven tegen de beschuldiging dat in de Oeigoerse regio genocide wordt gepleegd en spreekt van een “desinformatiecampagne”.

De “enkele” getuigen die in de media hun verhaal doen (zoals Sedik), worden door de ambassade afgedaan als “acteurs en actrices”, waarbij de media optreden als “megafoon om leugens te verspreiden”.

Sedik lacht meewarig als ze de verklaring van de ambassade hoort. “Waarom zet China de grens niet open als er niets aan de hand is?”, zegt ze. “Waarom laten ze mijn familieleden dan niet vrij om hun verhaal te vertellen?”

Hoe dit verhaal tot stand kwam

  • NU.nl-gebruiker Silvia vroeg zich af hoe dit verhaal tot stand kwam en of het klopt. NU.nl heeft Qelbinur Sedik onlangs vier uur lang geïnterviewd (via een tolk) om haar verhaal op te schrijven.
  • Haar specifieke, individuele ervaringen zijn niet te verifiëren bij een andere bron, maar er is geen enkele reden om te denken dat haar verhaal niét zou kloppen.
  • Mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch en Amnesty International deden namelijk eerder onderzoek naar de Oeigoerse kampen en Sediks verhaal komt volledig overeen met wat ze van andere betrokkenen hoorden.
  • Alleen al in Nederland hebben 59 mensen aangifte gedaan van wie familieleden ook zijn verdwenen in kampen of die vanuit China worden bedreigd.
  • De Chinese overheid weigert tot nu toe onafhankelijke waarnemers toe te laten tot de kampen.

We hebben voor dit verhaal ook gebruikgemaakt van eerdere gesprekken die The Dutch Uyghur Human Rights Foundation met Qelbinur Sedik voerde.