Het College voor de Rechten van de Mens staat afwijzend tegenover de oproep van minister Yesilgöz (Justitie en Veiligheid) dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) geen hoofddoek, tulband of keppel mogen dragen tijdens hun werk.

“De aanname dat mensen die zichtbaar religieus zijn hun functie niet onpartijdig kunnen uitoefenen, is stigmatiserend en bovendien ineffectief”, zegt het college. De vrees voor hoe burgers kunnen reageren op een boa met een hoofddoek moet volgens het college niet beleidsbepalend zijn.

Druk vanuit de Kamer

Vorige maand zei Yesilgöz dat gemeentelijke handhavers aan dezelfde neutraliteitseisen moeten voldoen als politiemensen. Een Kamermeerderheid had de minister daarom gevraagd, nadat in meerdere steden de gemeenteraad had besloten dat boa’s wél met keppel of hoofddoek op mogen werken.

De minister is in overleg met de gemeenten – de werkgevers van de boa’s – over een landelijke richtlijn. Maar volgens het College voor de Rechten van de Mens is een verbod op het dragen van religieuze kleding voor deze beroepsgroep een slecht idee.

‘Treft vooral vrouwen en meisjes’

Het zou een grote groep vrouwen schaden in hun zelfstandigheid en maatschappelijke participatie, vindt het college. “Een verbod op het dragen van religieuze symbolen of kleding zal in de praktijk vooral vrouwen en meisjes treffen die het dragen van een hoofddoek als een religieuze plicht zien.” Bij een verbod wordt deze groep volgens het adviesorgaan effectief uitgesloten van het beroep van boa.

Uiteindelijk moet de neutraliteit van boa’s worden bepaald op basis van hun gedrag en niet hun uiterlijk, aldus het college. De organisatie vindt dat Yesilgöz te veel meegaat in de aanname dat het dragen van religieuze kleding of symbolen het gezag van een handhaver aantast.

“Achter zulke publieksreacties zit namelijk de discriminerende aanname dat als je laat zien religieus te zijn, je niet op een neutrale en onpartijdige manier kunt handelen.” Dat druist volgens het college in tegen het discriminatieverbod.

Discussie

Over het wel of niet mogen dragen van een hoofddoek of tulband op het werk is al jaren discussie. Het college oordeelde bijvoorbeeld in 2017 dat de politie discrimineert als het medewerkers verbied een hoofddoek te dragen.

Maar het Europees Hof van Justitie kwam vorig jaar opnieuw tot de conclusie dat werkgevers wél het zichtbaar dragen van religieuze of politieke symbolen mogen verbieden. Alleen moet de werkgever dan onder meer kunnen bewijzen dat zoiets een schadelijk effect heeft op de onderneming of organisatie.

Via: NOS

Heeft u tips, info of beelden? Mail dan naar info@turksomroep.nl. We zijn ook te bereiken via Facebook en Instagram.

Vorig artikelDit is waarom de inflatie torenhoog is: ‘We moeten ons schrap zetten voor alles wat komen gaat’
Volgend artikelWerken tijdens de ramadan: dit zijn je rechten en plichten