Home Nieuws Na Arib en Bosma ook Bergkamp kandidaat-Kamervoorzitter

Na Arib en Bosma ook Bergkamp kandidaat-Kamervoorzitter

Drie Kamerleden hebben zich kandidaat gesteld om voorzitter te worden van de Tweede Kamer. Dat de huidige voorzitter Khadija Arib (PvdA) graag door wil en dat PVV’er Martin Bosma zich had gemeld, was al duidelijk. Vanmorgen heeft ook D66-Kamerlid Vera Bergkamp zich opgegeven.

Morgen is er een Kamerdebat, waarin de kandidaten zich kunnen presenteren en aan het eind daarvan wordt de nieuwe voorzitter gekozen.

Bergkamp: ‘verbindend leider’

Bergkamp zit acht en een half jaar in de Tweede Kamer. Ze hield zich daar onder meer bezig met de zorg. Ook was ze lid van het presidium, het dagelijks bestuur van de Kamer. In die functie was ze ook ondervoorzitter.

Eerder was Bergkamp onder meer voorzitter van het COC. In haar sollicitatiebrief omschrijft Bergkamp het voorzitterschap als een mooie kans om in de praktijk te brengen waar ze goed in is, “het zijn van een verbindend leider”. Ze benadrukt het belang van dualisme, “de gedachte dat het kabinet regeert en het parlement controleert”. Ze wil zich inzetten om de Kamer hiertoe beter uit te rusten. Ze zegt daarbij speciaal aandacht te hebben voor de uitbreiding van de Kamer met meer kleine partijen. Bergkamp wil ook meer aandacht voor zorgvuldige wetgeving.

Arib: ‘ervaring en kennis cruciaal’

Arib zit, met een kleine onderbreking, sinds 1998 in de Kamer en sinds 2016 is ze voorzitter. Ze schrijft in haar sollicitatiebrief dat ze graag ook de komende periode “dit eervolle ambt” wil bekleden. Ze verwijst naar haar jarenlange ervaring: “Juist met deze nieuwe Kamer en in deze roerige tijd zijn ervaring en kennis van de werkwijze van de Tweede Kamer een voorwaarde en zijn stabiliteit en continuïteit cruciaal”.

Arib benadrukt ook dat ze als voorzitter vaak haar ongenoegen heeft geuit als het kabinet gewenste inlichtingen niet verstrekte. Ze vindt dat met de installatie van de nieuwe Kamer en het aantreden van een nieuw kabinet een begin moet worden gemaakt met een nieuwe bestuurscultuur en dat er meer dualisme moet komen.

Bosma: ‘zo kan het niet langer’

Bosma schrijft in zijn brief dat “het zo niet langer kan” en dat de Kamer de afgelopen jaren dramatisch aan invloed en relevantie heeft ingeboet. Hij noemt het “toeslagenschandaal en het verkennersdrama daarvan de grote slotapotheose”. Volgens hem is de informatiepositie van de Kamer uitgehold, is de invloed van de Kamer op de formatie nihil en lijkt het kabinet de Kamer als een onderafdeling te beschouwen.

Hij ziet het als zijn belangrijkste inzet als voorzitter om de positie van de Kamer als tegenmacht en het dualisme te herstellen. Ook Bosma benadrukt zijn lange ervaring. Hij zit sinds 2006 in de Kamer en is al heel lang ondervoorzitter. “Ik ben intensief betrokken bij alle ontwikkelingen die de afgelopen tien jaar speelden.” Bosma deed in 2016 ook een poging om voorzitter te worden, maar werd niet gekozen.

Morgen zijn dus het debat en de stemming over het voorzitterschap. De stemming gebeurt in verschillende rondes. In de laatste ronde gaat het tussen de twee kandidaten die in de ronde ervoor de meeste stemmen hebben gehaald.