Politie-apps Al berispte agenten stuurden elkaar vaker kwetsende berichten, over burgers, collega’s en leidinggevenden.

De vijf agenten van de Rotterdamse politie die vorige maand schriftelijk zijn berispt voor het herhaaldelijk verzenden van racistische appjes hebben zich in hun conversaties ook zeer discriminerend en kwetsend uitgelaten naar aanleiding van de moord op de 16-jarige Hümeyra Ergincanli. Dat zeggen politiebronnen tegen NRC.

Na maandenlang bedreigd en gestalkt te zijn werd Hümeyra in december 2018 door haar 32-jarige ex-vriend Bekir E. doodgeschoten in de fietsenstalling van het Rotterdamse Designcollege. In de zogeheten Jan Smit appgroep zouden agenten van het politiebureau Marconiplein – de school staat in het gebied van dit bureau – over deze moord hebben geappt. „Weer een Turk minder”, was een van de berichten.

De Rotterdamse politiebaas Fred Westerbeke noemt desgevraagd de uitlating van een agent, gedaan op 15 januari 2019, „verwerpelijk en aanstootgevend”. Het gaat volgens hem om „een cynisch commentaar aan het adres van de rechterlijke macht”. Volgens Westerbeke heeft deze agent willen zeggen te verwachten dat de hoofdverdachte in deze zaak, „die de agenten kenden vanuit hun werkgebied”, wegens zijn „spijtbetuiging” een lage straf zou krijgen. „De teksten die ze daarbij gebruikten zijn ongepast en kwetsend en zij beseffen nu ook dat dit anders gelezen en uitgelegd kan worden”, zegt Westerbeke.

Interne blog van Westerbeke

De opmerkingen over deze zaak liggen extra gevoelig omdat de Inspectie Justitie en Veiligheid in oktober 2019 concludeerde dat politie en Openbaar Ministerie in Rotterdam „ernstig tekortschoten” toen het slachtoffer om hulp vroeg. „Betrokken organisaties hadden onvoldoende aandacht voor haar bescherming ook al had zij herhaaldelijk aangegeven zich onveilig te voelen”, aldus de inspectie over Hümeyra. Zij en haar zus hadden zo’n dertig keer gebeld met de politie over de bedreigingen. Er werd drie keer aangifte gedaan en de verdachte kon een contactverbod straffeloos schenden. Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam bood Hümeyra’s familie, vrienden en school excuses aan voor de gang van zaken.

In een blog op het intranet van de politie geeft Westerbeke woensdagmiddag nadere uitleg over de conversaties in de appgroep van een tiental agenten. Ze hebben in een periode van tien maanden ook „denigrerende en seksistische opmerkingen gemaakt over collega’s en leidinggevenden”. Een agent „suggereerde in een gesprek dat homo’s en moslims zich steeds beroepen op een achtergestelde maatschappelijke positie”. Een andere agent zei naar aanleiding van de aanslag in een Utrechtse tram in maart 2019 dat mensen die met de tram door hun Rotterdamse buurt rijden „over het algemeen uitgeroeid mogen worden”.

Lichtste sanctie

Vorige maand maakte Westerbeke bekend dat vijf agenten worden bestraft met de lichtste disciplinaire sanctie: een schriftelijke berisping. Tot nu toe was alleen bekend dat ze in 2019 burgers „kankervolk, kutafrikanen en pauperallochtonen” hadden genoemd. Volgens de politiebaas zijn het „goede dienders” die „oprecht spijt hebben”. Aboutaleb laat woensdag weten dat hij wist dat de agenten appten over de zaak Hümeyra. Hij blijft ook van mening dat de agenten een tweede kans verdienen.

Politiebaas Westerbeke heeft zijn omstreden sancties de afgelopen weken binnen de politie verdedigd door te zeggen dat de „onafhankelijke commissie AGFA (adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening), onder voorzitterschap van Job Cohen, zich met de opgelegde strafmaatregel kon verenigen”. Het advies van de AGFA waarin de vijf incidenten rond de appgroep worden beschreven, wordt binnenkort, zoals altijd geanonimiseerd, openbaar gemaakt. De Rotterdamse politie heeft de commissie gevraagd bij wijze van uitzondering „geen herleidbaar slachtofferschap” te vermelden in het advies. De Rotterdamse politie wil niet dat de moord op Hümeyra wordt genoemd om onrust te voorkomen. Cohen laat woensdag weten dat dit verzoek niet zal worden ingewilligd.

Een delegatie van de Rotterdamse politie is woensdagmiddag op bezoek geweest bij de familie van Hümeyra om deze te informeren over de kwestie.

Gemoederen lopen hoog op

De kwestie rond de appjes en het optreden van Westerbeke doet de gemoederen binnen de politie hoog oplopen. Veel agenten met een migratieachtergrond klagen over een lankmoedige aanpak van racisme en discriminatie binnen de eigen organisatie. Vorige week is Westerbeke in een overleg met andere topfunctionarissen van de politie stevig bekritiseerd. „De emmer zit bij velen vol door de jaren waarin zij racistische of discriminerende opmerkingen moesten incasseren, zelf te vaak aan de kant zijn gezet door een collega of bij binnenkomst op een ander politiebureau gevraagd werden zich te legitimeren terwijl zijn of haar witte maatje die vraag niet kreeg”, aldus Westerbeke. „Ik vond het erg om te horen dat collega’s moedeloos worden en de hoop opgeven dat we er als organisatie echt voor iedereen zijn”.

Vorige maand stelde Westerbeke de Rotterdamse leidinggevende Tarik Topcu aan als programmamanager ‘politie voor iedereen’. Topcu moest zorgen voor een meer divers politiekorps. Afgelopen weekeinde heeft Topcu zijn functie alweer neergelegd. Volgens Westerbeke om „persoonlijke redenen” die hij tegenover hem niet nader heeft willen toelichten. Volgens collega’s heeft Topcu, van Turkse komaf, laten weten geen verantwoordelijkheid te willen dragen voor discriminatie gepleegd door de politieorganisatie zelf. Hij voelt naar verluidt onvoldoende draagvlak voor zijn werk.

Topcu zegt „in een prettig gesprek tekst en uitleg te hebben gegeven in de richting van de politiechef”. Hij wil zijn besluit niet verder toelichten. Donderdag vergadert de Rotterdamse gemeenteraad over deze zaak.